Categorieën
RSS feeds

Floor Faber #63: ‘Toen ik mijn broek liet zakken hoorde ik ineens een raar geluid’

Zondagmorgen om half zeven verwachtte Jan-Willem iedereen aan het ontbijt omdat we met een boswachter wilde dieren gingen spotten. ‘En die beestjes laten zich nu eenmaal het best zien bij het ochtendgloren,’ glunderende hij.

Volgens mij was hij de enige die er zin in had, want bijna al mijn collega’s zagen eruit of ze een fikse kater hadden. Ik was wel vroeg naar bed gegaan, maar was hartstikke moe omdat ik de hele nacht er steeds uit moest om te plassen.

Dinsdag

De boswachter, een stevige middelbare vrouw met een rood gezicht waar geen spoortje make-up op zat, legde ons wat uit over verrekijkers en spoorzoeken. Ik at nog een wit bolletje met hagelslag en toen vertrokken we.

Met Hannah sukkelde ik achter de groep aan. De boswachter liet ons op sporen van een vos zien, wees een roofvogel aan en legde uit waarom er zoveel dennen in de duinen groeien. Die blijken dus allemaal aangeplant te zijn om te voorkomen dat het zand wegstuift. We sjouwden heuvel op heuvel af, ik had pijn in mijn buik, het was koud, en elke keer als er iets interessants te zien was, was ik net te laat met mijn verrekijker. ‘Ik had nu ook in bad kunnen zitten,’ zei Hannah.

‘Of gewoon nog in bed. Ik moet trouwens weer plassen. Ga je even voor mij op de uitkijk staan?’ Zodra de groep een stukje verder was gelopen, dook ik een bosje in. Toen ik mijn broek liet zakken hoorde ik ineens een raar geluid. Of er een monster heel diep zuchtte.  Ik keek achterom en zag een harig beest staan met gigantische hoorns.  Ik rukte mijn broek omhoog, en schreeuwde naar Hannah: ‘Rennen!’

Zo hard als we konden holden we door het bos terwijl mijn hart in mijn borst bonkte en ik steeds voor me zag hoe het dier me aan zo’n hoorn spietste. ‘Zie jij ‘m nog?’ vroeg ik na een poosje.  

Lees ook
Floor Faber #62: ‘Tuurlijk heb je talent, die vent wil je gewoon in bed lullen’

“Volgens mij zijn we veilig.’ Hijgend tegen een boom kregen we eerst ontzettend de slappe lach, en toen beseften we dat we niet alleen de groep kwijt waren, maar ook de weg. Ik pakte mijn telefoon om Jan-Willem te appen dat we teruggingen naar het hotel, maar had geen bereik. Dat betekende dus ook geen GoogleMaps of Waze en daar werd ik knap zenuwachtig van.

‘Rustig nou maar,’ zei Hannah. Ze was vroeger Kabouter bij de padvinderij geweest en zou ons binnen no time uit het bos loodsen. We liepen en liepen, sloegen weggetjes in die eruitzagen alsof we er eerder waren geweest, of toch niet?

Toen het begon te miezeren, kwam er gelukkig iemand op een mountainbike voorbij die ons kon vertellen hoe we bij het hotel moesten komen. Bijna drie kwartier later strompelden we het hotel binnen waar de collega’s het appelgebak net achter de kiezen hadden. ‘Waar bleven jullie nou?’ vroeg Jan-Willem. ‘Jullie hebben de highlanders gemist, zulke mooie dieren.’

Aan het eind van de middag reed ik mijn straat weer in. Kevin was thuis en ik was zo moe dat ik op mijn lip moest bijten om niet te janken. Blijkbaar zag hij dat want hij zei: ‘Ga jij maar in bad zitten, dan kom ik je zo een kop thee brengen.’ De lieverd.

Meer van dit soort verhalen lees je wekelijks op Flair.nl. Wil je een Flair editie (na)bestellen? Dat kan hier.

Beeld: Getty Images

The post Floor Faber #63: ‘Toen ik mijn broek liet zakken hoorde ik ineens een raar geluid’ appeared first on Flair – Voor jou, over jou.

BRON