Categorieën
RSS feeds

Flow leest: Station Elf van Emily St. John Mandel

Bij Flow lezen we graag. In deze blogserie vertellen redactieleden wat ze van een bepaald boek vonden. Deze keer: coördinerend eindredacteur Marije van der Haar-Peters over Station Elf van Emily St. John Mandel.

Dit jaar doe ik mee met de Reading Challenge van @janneke.van.schoolofbooks. Het leuke is dat ik doordoor ook boeken buiten mijn comfortzone lees, bijvoorbeeld voor de prompt ‘Een boek dat zich afspeelt in de toekomst’. Nou ben ik niet zo thuis in het SF-genre, maar een vriendin schatte in dat Station Elf (alleen nog te leen in de bieb, verkrijgbaar als luisterboek of tweedehands te koop) echt een boek voor mij zou zijn. Spoiler: ze had gelijk.

Hier gaat het over

De openingsscène speelt zich af in het theater, waar meteen al een aantal hoofdpersonages van dit boek ten tonele verschijnen. Arthur, de beroemde en tikje over het paard getilde acteur die de rol van z’n leven speelt (koning Lear), maar die winteravond in het harnas sterft aan een hartaanval. Jeevan, die kordaat opstaat uit het publiek en als ambulanceverpleegkundige in opleiding een (vergeefse) poging doet om Arthur te reanimeren. En Kirsten, een meisje van acht dat een rolletje in het toneelstuk heeft en een bijzondere band heeft met Arthur. Ze wacht op haar moeder die haar later komt ophalen – maar haar ouders zal ze nooit meer terugzien. Die avond breekt er namelijk een dodelijke pandemie uit die vrijwel de gehele mensheid uitroeit.

Twintig jaar later ziet de wereld er totaal anders uit: verlaten (en geplunderde) huizen, overal verroeste auto’s waarin mensen ooit probeerden te vluchten tot de benzine op was, geen elektriciteit, geen winkels, geen internet, geen journalistiek, geen gezag. De weinige mensen die nog over zijn, proberen in kleine groepjes te overleven door te jagen en veelal te slapen in tenten.

Lichtpuntjes zijn er ook, zoals het Reizende Symfonieorkest met muzikanten en acteurs waar Kirsten nu deel van uitmaakt. En het Museum van de Beschaving (met pronkstukken uit de oude wereld, zoals een paspoort of mobiele telefoon) dat Clark heeft ingericht op het vliegveld waar hij strandde onderweg naar de begrafenis van zijn beste vriend Arthur, en sindsdien woont.

Dit vond ik ervan

Dit verhaal zit zo ingenieus in elkaar dat bovenstaande samenvatting er eigenlijk geen recht aan doet. Alles begint (en eindigt) met de scène op het toneel, waarna we een sprong van twintig jaar in de tijd maken – maar ook geregeld teruggaan naar de ‘oude’ wereld zoals wij mensen die op dit moment kennen. De verhaallijnen van al deze personages zitten allemaal zo knap vervlochten in het verhaal. Maar de hoofdvraag is eigenlijk: wat blijft er nog over als een beschaving uit elkaar valt, en hoe ver ga je om die te behouden?

Met dit boek was ik late to the party (het verscheen in 2014), maar corona gaf het veel extra lading. Ik herkende veel: van eerst nog denken dat het allemaal wel meevalt en zo’n pandemie een ver-van-je-bedshow is, tot veel scherper zien wat echt betekenis voor je heeft. De personages in dit boek mijmeren ook over hun leven van toen; of het van waarde was en of ze het eigenlijk nog wel willen doorgeven aan de generatie van nu die deze wereld nooit hebben gekend. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de prachtige schrijfstijl van Emily St. John Mandel. Dit verhaal zal nog heel lang zal nadreunen in mijn hoofd, en ik weet nu al zeker dat het in mijn ‘best of’ komt van gelezen boeken in 2022.

Deze zinnen raakten me

‘Wat er bij de ondergang verloren was gegaan: bijna alles, bijna iedereen, maar er is nog zoveel moois. De schemering in de getransformeerde wereld, een voorstelling van Een Midzomernachtdroom op een parkeerplaats (…), het glinsterende Lake Michigan vijfhonderd meter daarvandaan.’
‘Ze bedacht hoe ze het altijd als vanzelfsprekend had beschouwd dat er bepaalde mensen in haar leven waren, of het nu mensen waren die ze elke dag zag of mensen die ze nooit zag en aan wie ze zelden dacht. Hoe de wereld zonder deze mensen subtiel maar onmiskenbaar veranderde, als een zonnewijzer die slechts een of twee graden verschoof.’
‘Ik schreef ook altijd D-J-W in plaats van dank je wel.’ ‘Dat deed ik ook. En waarom? Omdat het te veel tijd en moeite kostte om zes extra letters te typen en gewoon dank je wel te zeggen? Ik kan er niet bij.’’

Meer lezen?

Station Elf, Emily St. John Mandel (Atlas Contact)
Flow leest: Laat je horen van Lisa Jansen.
Een beetje ‘Zoutpad‘ en ‘Ik ben een eiland‘ in je leven.

Tekst en fotografie Marije van der Haar-Peeters

BRON