Fotograaf Nan Goldin: ‘Mijn foto’s komen voort uit relaties, ze ontstaan niet vanuit observatie’

De feesten in de queer community, de ruzies, het drugsgebruik, de rehab. Fotograaf Nan Goldin legt het allemaal vast. Ze ziet haar werk als een visueel dagboek dat ze deelt met de wereld.

Daar zit ze. Naast twee lange Nederlanders, tijdens de perspresentatie in oktober van haar overzichtstentoon­stelling This will not end well in het Stedelijk Museum Amsterdam. Nan Goldin is geheel in het zwart gekleed, haar krullen zijn zoals altijd donkerrood geverfd. Dit is een vrouw die verslaafd is geweest, is afgekickt, de dood in de ogen zag, actievoerde, gewonnen en verloren heeft, geliefd en bekroond werd, die wanhopig is geweest, gelukkig ook. En dit alles heeft gefotografeerd.

Gestopt

Foto’s maakt ze bijna niet meer, vertelt ze, ze werkt nu vooral met al bestaand materiaal dat ze steeds anders rangschikt. Er is genoeg. Dit is waarschijnlijk haar laatste grote retrospectief. Ze kijkt een beetje om zich heen, knikt als reactie op de praatjes van de heren, geeft kort antwoord op de vragen vanuit de zaal. Je krijgt de indruk dat ze denkt dat ze betere dingen te doen heeft. Ja, bevestigt ze een vraag van een journalist: de catalogus die bij de tentoonstelling hoort, is opgedragen aan haar zus: Barbara Holly Goldin, 1945-1964. If not for you. Zonder haar zus zou ze nooit zijn waar ze nu was.

Alles is nog mogelijk

De camera komt in haar leven als Nancy Goldin, geboren op 12 september 1953, een jaar of zestien is. Ze woont dan al een paar jaar in pleeggezinnen, op advies van een psychiater. “Achteraf gezien ben ik er blij mee dat mijn ouders me al zo vroeg afwezen: ik ben nu niet met het idee opgegroeid dat ik me moest conformeren.” Op haar hippieschool krijgt ze voor een project een polaroidcamera in haar handen geduwd. Ze ziet er meteen de voordelen van in. Ze is extreem verlegen en praat nauwelijks, maar met die camera stapt ze overal op af. “Fotografie gaf me een stem, een manier om pijn te omzeilen.” En een excuus om ergens te zijn.

Haar eerste foto’s zijn van transgender personen en travestieten die ze tegenkomt in een gaybar in Boston, The Other Side (vereeuwigd in haar video-installatie The other side, 1992-2021). Ze komt daar via haar vriend David Armstrong terecht. Door haar wordt hij zich bewust van zijn homoseksualiteit. Hij noemt haar Nan en zij adopteert die naam. Samen met David en andere dragqueens woont ze overal en nergens. Haar nieuwe vrienden gaan pas als het donker is naar buiten omdat het overdag te gevaarlijk voor hen is: ze lopen altijd het risico om mishandeld te worden om wie ze zijn. Nan slaapt met jongens en met meisjes en woont een tijdje in een lesbische commune, waar ze de vrouw op wie ze verliefd is obsessief fotografeert. “Ik heb fotografie lang gebruikt als substituut voor seks,” zegt ze. “Vaak is het beter dan seks.”

Tijd van vrijheid

Ze studeert fotografie aan de School of the Museum of Fine Arts in Boston en verhuist daarna, het is eind jaren zeventig, naar New York. “Het was een tijd van vrijheid waarin alles nog mogelijk was.” Seks, drugs, het is allemaal ruim voorhanden en de prijs hoeft er nog niet voor betaald te worden. Ze werkt eerst als sekswerker en later in de bar Tin Pan Alley op Times Square, waar ex-prostitués worden geholpen bij het opbouwen van een ander bestaan. Ze woont in een aftandse loft in de Bowery, destijds een vervallen buurt in Manhattan. Iedereen om haar heen is arm en gebruikt drugs. En Nan maar fotograferen.

Ze portretteert haar zelfgekozen familie: de queens, de transgender personen, de drugsverslaafden, de punkers. Ze hangen rond, ze feesten, ze staan onder de douche, maken ruzie, spuiten heroïne, hebben seks – Nan is een van hen en mag het allemaal zien. Haar beelden zijn intiem, direct, rauw, soms schokkend, vaak onscherp, altijd authentiek. “Mijn foto’s komen voort uit relaties, ze ontstaan niet vanuit observatie.” Ze ziet haar werk als een visueel dagboek dat ze deelt met de wereld.

Geportretteerde vrienden

In 1979 gaat Nan met haar werk de boer op. Het duurt even voordat iemand inziet hoe bijzonder haar foto’s zijn. “Heb je meer?” vraagt een galeriehouder. Ze komt terug met een krat vol. “Ik kreeg de taxichauffeur zover om die te helpen tillen door hem te pijpen. Dat was mijn entree in de kunstwereld.” Haar werk roept weerstand op. Criticasters vragen zich af: is dit kunst, je eigen rommelige leven fotograferen? Ja dus.

In clubs organiseert ze avonden waarop ze haar werk als een samenhangend kunstwerk vertoont: een ritmische opeenvolging van honderden dia’s (dat is goedkoper dan de filmrolletjes laten afdrukken) van zichzelf, haar vrienden, haar ouders, met een soundtrack van muziek variërend van opera tot reggae. The ballad of sexual dependency (1981-2022) is geboren, het werk dat haar doorbraak wordt. Het blijft decennialang in ontwikkeling, ze laat foto’s weg en voegt andere toe. Haar publiek bestaat aanvankelijk vooral uit de geportretteerde vrienden uit de Bowery en Tin Pan Alley, die tijdens de vertoning op de soundtrack dansen. Als een van hen niet blij is met een foto, verwijdert Nan ’m. “Ik maak mijn werk voor de mensen van wie ik hou.”

Geen crisis te diep

Haar vriend Brian komt regelmatig in de reeks voorbij. Begin jaren tachtig hebben ze een turbulente relatie. Ze kunnen niet met en – zeker seksueel – niet zonder elkaar. Uit jaloezie gaat hij in 1984 door het lint: de hotelkamer in Berlijn en Nan moeten het ontgelden. Hij richt zijn klappen vooral op haar ogen, alsof hij haar het werken voorgoed onmogelijk wil maken. Ze portretteert zichzelf met gebroken oogkas en onverschrokken rode lipstick: Nan one month after being battered (1984). In haar werk is geen crisis te diep om te worden vastgelegd. In dit geval hebben de foto’s nog een extra functie: ze herinneren haar eraan dat ze echt niet terug moet gaan naar Brian.

Rehab

In 1986 verschijnt Nan Goldins eerste boek: The ballad of sexual dependency. Haar vader en Brian proberen tevergeefs de publicatie tegen te houden. Ondanks de kritiek krijgt ze steeds meer succes. Haar werk is voor veel mensen een kennismaking met een voor hen totaal onbekende wereld. Het wordt opgenomen in de collecties van grote musea overal ter wereld.

Drugs bevrijden haar aanvankelijk, maar later worden ze haar gevangenis. Wat eind jaren zeventig begint als rebellie tegen het milieu waaruit ze stamt (“Ik wilde zo veel als ik kon verschillen van mijn moeder. Ik was er trots op een drugsgebruiker te zijn.”), mondt uit in een verslaving aan heroïne en cocaïne. In 1988 meldt ze zich bij een afkickkliniek. Ook dit wordt uiteraard allemaal gedocumenteerd: zowel haar verslaving als haar periode in rehab, in de diaserie All by myself (1995-1996).

Hoog spel

Als ze terugkomt in New York blijkt de wereld zoals ze die kende te zijn verdwenen. De meeste van haar vrienden leven niet meer of zijn doodziek. Aids en overdoses drugs hebben korte metten gemaakt met haar queer community. Om daarbij stil te staan – tot haar verontwaardiging doet niemand anders dat – organiseert ze een groepstentoonstelling in New York: Witnesses: Against our vanishing (1989). Het is de eerste expositie waarin het expliciet gaat over de kaalslag die aids veroorzaakt in de kunstwereld, en die trekt veel aandacht.

Steeds vaker presenteert ze haar foto’s in voorstellingen met een soundtrack, in plaats van geprint aan een muur. “Ik begon te fotograferen omdat ik films wilde maken. Misschien komt mijn succes wel doordat ik nooit iets gaf om fotografie. Ik vond een manier om films te maken door diashows te maken. Dat zijn mijn films.” Haar videoprojectie Sisters, saints and sibyls (2004-2022) gaat over haar jeugd en haar zus Barbara; Memory lost (2019-2021), over afkicken van verslaving. Haar thema: de stigma’s bestrijden rond aids, drugsgebruik, suïcide, psychische aandoeningen en huiselijk geweld. Ze ziet haar werk als politiek.

P.A.I.N.

Na een operatie aan haar pols krijgt ze de pijnstiller oxycodon voorgeschreven. Binnen de kortste keren is ze er verslaafd aan. Ze weet zich ervan te bevrijden in een gespecialiseerde kliniek en beseft hoe bevoorrecht ze is dat ze zich die kan veroorloven. Eenmaal afgekickt ontdekt ze in 2017 welke rol de familie Sackler in de Amerika teisterende opiatencrisis speelt. Destijds heeft die al aan 250.000 Amerikanen het leven gekost, inmiddels zijn er meer dan een half miljoen slachtoffers.

Nan kent de Sacklers als financieel begunstigers van de kunsten. Ze was er eerder niet van op de hoogte dat ze hun fortuin aan oxycodon hebben verdiend, dat ze op de markt hebben gebracht terwijl ze wisten hoe verslavend het middel is. Ze verdraagt het niet. Ze wordt medeoprichter van P.A.I.N. (Prescription Addiction Intervention Now), een actiegroep die zich richt op het ter verantwoording roepen van zowel de Sacklers als de kunstwereld. Musea moeten het bloedgeld van de Sacklers weigeren en hun naam van de gevels halen.

Succes

De ludieke acties van P.A.I.N. generen veel publiciteit en zijn niet zonder risico voor Nan: ze zet haar naam op het spel door te protesteren in musea die haar werk in de collectie hebben. En daar laat ze het niet bij. Ze zegt dat de National Portrait Gallery in Londen een al aangekondigd retrospectief van haar werk kan vergeten als ze een donatie van 1 miljoen pond van de Sacklers aannemen. Hoog spel, maar ze wint, de gift wordt geweigerd. Daarna volgen andere grote musea: donaties worden teruggestort, de naam Sackler verdwijnt van de puien. De met een Gouden Leeuw bekroonde documentaire All the beauty and the bloodshed (2022) volgt deze succesvolle campagne op de voet.

Echt gebeurd

Een verslaving komt altijd voort uit pijn, zegt Nan Goldin. “Drugs geven je een gevoel van warmte als je je om wat voor reden heel slecht voelt in je eigen lichaam.” Haar pijn stamt uit haar jeugd. Ze groeit op in de verstikkende suburbs van Boston, als de jongste van de vier kinderen van Hyman en Lillian Goldin. “Mijn ouders waren ongeschikt als ouders. Ze kregen kinderen omdat het zo hoorde, niet omdat ze andere levende wezens wilden verzorgen.” Nans zus Barbara is acht jaar ouder dan zij en neemt de moederrol voor een groot deel op zich. Er wordt veel ruziegemaakt bij de Goldins. “Sst,” zegt Nans moeder dan, “anders horen de buren het!”

Lillian is als meisje jarenlang misbruikt door een familielid en kan er niet tegen dat haar oudste dochter in de puberteit komt; Barbara heeft veel om zich tegen af te zetten. Ze is rebels, gaat uit, heeft seks. Haar ouders willen haar niet meer in huis hebben en brengen haar naar een weeshuis. Daarna zwerft ze van de ene instelling naar de andere, totdat ze in haar wanhoop geen uitweg meer ziet en op haar achttiende voor een aanstormende trein gaat liggen. Als de politie komt vertellen wat er is gebeurd, hoort de dan elfjarige Nan haar moeder zeggen: “Vertel de kinderen alsjeblieft dat het een ongeluk was.”

De dood van haar zus is de reden dat Nan Goldin haar leven nauwkeurig gaat vastleggen: om te bewijzen dat wat ze meemaakt echt is gebeurd. “Barbara’s opstandigheid was het beginpunt van mijn eigen opstandigheid. Als zij er niet was geweest, zou ik in heel veel opzichten niet zijn wie ik nu ben.” If not for you… Zonder Barbara geen Nan.

Meer lezen

Vergeten vrouwelijke kunstenaars: waarom bleven ze zo lang ongezien?
Waarom analoge fotografie zo fijn is (met beginnerstips).
De fotografie van Emilie Ristevski.

Tekst Liddie Austin  Fotografie Getty Images
Gepubliceerd op 11 mei 2024

Scroll naar boven