Categorieën
RSS feeds

Komt het einde van het patriarchaat al in zicht?

De samenleving verandert wél en níét. Ja, er zijn vrouwen met macht, maar toch verdienen mannen gemiddeld meer en laten ze zich eerder op dingen ­voorstaan. Journalist Daan Borrel peilt de vooruitgang.

Ik had ooit een vriendje dat me in de auto op weg naar Kroatië overhoorde. Hij noemde dan een oorlog op, en ik moest snel antwoorden wanneer die begon én eindigde. In tegenstelling tot wat ik ervan vond – ik wist veel van de antwoorden niet – leek hij het heel leuk te vinden. Jarenlang dacht ik niet aan dat ‘leuke’ spelletje. Totdat ik samen met Milou Deelen voor ons boek Krabben Margriet van Heesch interviewde, cultuurwetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam. “Mannen denken te weten wat belangrijk is in de geschiedenis,” vertelde ze ons, “vrouwen wat telt in de liefde. Kijk maar: mannen schrijven over ‘onze’ geschiedenis, vrouwen over relaties.”

Even voor alle duidelijkheid: Van Heesch bedoelde niet dat individuele vrouwen – en mannen – niet anders kúnnen, dat vrouwen niet in staat zijn tot het schrijven van geschiedenisboeken of jaartallen uit hun hoofd leren. Het was enkel een patroon dat ze signaleerde; het zijn vooral mannen die dikke boeken over geschiedenis schrijven – Geert Mak, Yuval Noah Harari, Rutger Bregman, om er een paar te noemen.

En wat ze ook signaleerde; dat die geschiedenis vrijwel altijd is ingedeeld in tijdperken voor en na bepaalde oorlogen. Nooit in tijdperken voor en na, bijvoorbeeld, de uitvinding van de wasmachine. Volgens Van Heesch een van de belangrijkste gebeurtenissen in de recente geschiedenis – en uitgevonden in 1851 om precies te zijn, mocht je je geliefde ooit willen overhoren.

Tijdens het interview met haar hoorde ik ook voor het eerst hoe verhelderend het werkt om ‘gewoon’ te zeggen dat we in een patriarchaat leven; een samenleving ontwikkeld door en voor (witte, dominante, hetero-, cis) mannen. Daarvoor was ik terughoudend met die term. Patriarchaat klinkt zo allesomvattend – en doet me ergens denken aan het woord ‘kalifaat’. Dit gesprek hief die weerstand op.

Meer solidair

Inmiddels ben ik een paar jaar verder en heeft de huidige feministische golf een aantal veranderingen in gang gezet. Vrouwenhaterige humor is steeds minder normaal en we vinden het massaal raar dat vrouwen ’s avonds op de fiets bang zijn. #MeToo is niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven, er is een vrouwenquotum ingesteld waardoor minstens één derde van de raad van commissarissen van beursgenoteerde bedrijven uit vrouwen moet bestaan.

In Spanje bestaat sinds kort menstruatieverlof. En ik heb de indruk dat mijn vrouwelijke studenten van rond de twintig zich niet zo snel zouden laten overhoren door hun vriendjes. Het lijkt erop dat we richting een samenleving bewegen waarin ook vrouwen de agenda en de normen bepalen. Toen een vrouw laatst weer eens het woord ‘patriarchaat’ publiekelijk in de mond nam, schrok ik zelfs. Het klonk ineens heftig in plaats van verhelderend. En dus vroeg ik me af: is het einde van het patriarchale tijdperk nou in zicht of niet?

Alledaagse vrouwenhaat

De eerste bij wie ik met deze vraag aanklop, is Marja Pruis, schrijver, essayist en literair recensent bij weekblad De Groene Amsterdammer. Daarin verscheen zo’n anderhalf jaar geleden haar essay over alledaagse vrouwenhaat, dat onlangs met andere sterke essays van haar werd gebundeld in Boos meisje. Ik herinner me nog goed de opluchting die ik voelde toen ik dat essay las; met heldere en persoonlijke voorbeelden toonde Pruis aan dat we nog steeds in een misogyne samenleving leven.

Maar omdat ze die ‘kleine’ persoonlijke voorbeelden naast cijfers en wetenschappelijke uitleg van de grote woorden – vrouwenhaat, seksisme, patriarchaat – zette, kwamen ook weer herkenbare vragen omhoog. Want ga je, zoals zij beschreef, die vrolijke jongen die je elke ochtend in de fietsenstalling groet nu echt een vrouwenhater noemen omdat hij iets zegt over hoe je eruitziet, vraagt wat voor werk je doet of een stukje langer met je oploopt dan nodig en zegt dat hij vandaag jarig is?

Ook veel andere essays in Boos meisje dansen om de vraag heen of het patriarchale tijdperk tot een einde is gekomen. In het ene krijg je als lezer hoop – kijk hoeveel verder we al zijn dan twintig of zelfs twee jaar geleden! – in het volgende overheersen schrijnende voorbeelden. Maar ze is optimistisch, antwoordt Marja Pruis als ik haar de vraag direct voorleg. “Ik zie dat het vrouwelijk ‘domein’ op veel fronten zichtbaarder wordt. Het vrouwelijk lichaam, de vrouwelijke seksualiteit, het zorgen, het wordt steeds minder taboe.”

Blijft niet ongezien

Ze geeft als voorbeeld dat in medisch onderzoek het vrouwenlichaam eindelijk wordt meegenomen. Ook in de literatuur ziet ze dat er groeiende waardering is voor vrouwelijke schrijvers. “De verandering wordt ook weerspiegeld in de media: niemand neemt het meer voor lief als er alleen maar een bepaald soort mannen aan het woord zijn.” Natuurlijk gaat er nog veel verkeerd, stelt ze, maar daarvan blijft veel niet meer ongezien en onbesproken.

Wat ook hoopgevend is: vrouwen zijn solidairder met elkaar dan vroeger. In haar essay Wat Simone de Beauvoir niet kon weten – ook uit Boos meisje – schrijft Pruis dat De Beauvoir dacht dat onze sekse nooit solidair met elkaar zou worden. Ze had nooit kunnen voorspellen dat vrouwen elkaar zo wijdverbreid zouden vinden, omdat ze niet kon weten wat de komst van het internet zou veranderen. Pruis: “Als je het feminisme van de vorige golf vergelijkt met dat van nu, was het toen best elitair, iets voor bevoorrechte kringen. Dat is nu echt anders, mede door #MeToo.”

Andere standaard

Optimistisch geworden door het gesprek met Marja Pruis zoek ik opnieuw contact met wetenschapper Margriet van Heesch. Is ze nog steeds van mening dat we in het patriarchaat leven? Dat blijkt ze inderdaad nog steeds te vinden, en volgens haar blijft dat ook nog wel even zo. Daarvan ziet ze volop voorbeelden. Neem nou het erfrecht van een adellijke titel, die alleen kan worden doorgegeven via de man. “Er is een poging gedaan dit aan te passen, maar daar werd een stokje voor gestoken omdat het afbreuk zou doen aan ‘het historische karakter’ van dit instituut.

Daarmee is nu wettelijk geregeld dat een titel alleen via de vader kan worden doorgegeven. Dat mannen pas sinds twee jaar meer dan drie dagen verlof krijgen om voor hun pasgeboren baby te zorgen, is nog zo’n voorbeeld. Of kijk eens naar hoe ons openbaar vervoer eruitziet, hoe kom je met een kinderwagen de trein in? Alleen met hulp. Dat komt doordat het publieke domein is ontworpen naar de standaard van de kinderloze reiziger.”

Een volgend voorbeeld dat Van Heesch aanhaalt, is de Bechdeltest. Deze filmtest uit een strip van de Amerikaanse cartoonist en tekenaar Alison Bechdel stelt als vereiste dat twee vrouwen met elkáár praten – en dus niet met een man – over iets anders dan mannen. Nog geen negentig procent van het huidige filmaanbod haalt die norm.

We hebben het niet eens door

“En dan is er nog steeds sprake van een loonkloof, mocht het misogyne programma Vandaag inside ondanks alle vrouwonvriendelijke en denigrerende opmerkingen gewoon weer op de buis en is het recht op abortus in Amerika onlangs verdwenen. Dat we dit accepteren en soms niet eens doorhebben, is bewijs van een patriarchale structuur.”

Maar, probeer ik, er zijn toch ook hoopvolle veranderingen? Kijk alleen al naar de politiek; we hebben steeds meer vrouwelijke ministers, Sigrid Kaag haalde volop stemmen binnen. “Dat zegt helaas niet zo veel,” aldus Van Heesch. “We hebben het hier over grote structuren, niet over drie vrouwen die wél door het glazen plafond breken.”

Ontluisterende cijfers

Als je zegt dat we in een patriarchale samenleving leven, gaat dat niet over individuen. Er zijn vrouwen met macht en voorbeelden van zakenmensen, sporters of politici die geen tegenwerking ondervinden vanwege hun geslacht. Maar het gaat niet over die ene vrouw, het draait om systemen waartoe we ons moeten verhouden. Natuurlijk is er veel veranderd; de moeder van Margriet van Heesch moest nog stoppen met werken toen ze ging trouwen. “Dat betekent alleen niet dat het verschijnsel verdwenen is, zo is er ook tegenwoordig nog veel zwangerschaps­discriminatie.”

Tot slot haalt Van Heesch de cijfers over geweld aan. Eén op de drie vrouwen krijgt te maken met (seksueel) geweld. En gemiddeld elke acht dagen wordt – alleen al in Nederland – een vrouw vermoord door een man. “Dat is femicide, terwijl het nog steeds wordt weggezet als ‘problemen in de relationele sfeer’. Daarnaast krijgt élke man in zijn leven te maken met zinloos geweld. De oorzaak? Machismo, toxische mannelijkheid, ondersteund door het patriarchaat. Nee, met pessimisme kom je nergens. Maar met wegkijken ook niet.”

Als ik de avond na het interview in bed lig – ik lees de nieuwste liefdesroman van Sally Rooney, terwijl mijn vriend aan de andere kant van het bed in een heel dik geschiedenisboek bezig is – vraag ik me af of het ook allebei mogelijk is, dat we wél en níét verder afdrijven van patriarchale structuren. Dat je én je persoonlijke leven – je man die je overhoort – én de grotere structuren moet analyseren om in een glazen bol te kunnen kijken en te kunnen zien of dit patriarchale tijdperk binnenkort eindigt.

Verbinding als uitweg

Trouwens, het boek dat ik lees, Prachtige wereld, waar ben je begint met e-mails tussen twee vrouwelijke hoofdpersonages. Ze schrijven daarin over de belangrijkste vragen van deze tijd – de kloof tussen arm en rijk, de klimaatcrisis – maar al snel laten ze die vraagstukken verwateren. Op het punt waar ik nu ben, gaat het vooral over de vraag of ze wel of niet bij die ene man zullen eindigen. Ik erger me aan hun passieve houding in de romantische liefde, aan het afwachten. En tegelijkertijd maakt Rooney me medeplichtig, want door die liefdeslijn blijf ik doorlezen. Misschien lijken we wel op elkaar, die vrouwen en ik; we lezen/schrijven/‘doen’ graag de liefde. Want als thuis de verbinding niet goed zit, vind ik het lastig me ergens anders op te concentreren.

We zijn zo veel feministische golven verder, grijpen carrière­kansen, worden steeds meer gelijk behandeld. Op zich is er niks mis met die hang naar verbinding, maar laten we er dan wel voor zorgen dat die minder op romantische liefde is gericht. En misschien kan onze wens om ons verbonden te voelen zelfs bijdragen aan de definitieve omwenteling, gaan vrouwen alsnog geschiedenisboeken schrijven en komt het einde van het patriarchaat echt in zicht.

Meer lezen

Hoe kan het dat Spaanse vrouwen veel feministischer lijken?
In verzet: hoe kun je als werknemer opkomen voor je eigen rechten?
Wat kunnen we leren van vrouwelijke filosofen?

Tekst Daan Borrel  Illustratie Léa Le Pivert

BRON