Categorieën
RSS feeds

Lisanne: ‘Ik had het niemand gezegd, want ik wilde niemand ongerust maken’

Ik had het niemand gezegd. Ik weet niet waarom. Of nou ja. Er waren een heleboel waarommen: ik wilde niemand ongerust maken, ik wilde niemand tot last zijn, ik wilde niemand tijdens het werk of leuke activiteiten storen, ik wilde niemand in de ogen kijken als ik zo’n pijn had – niets is zo precair als iemands eigen kwetsbaarheid. Tussen de pijnscheuten door zei een stemmetje tegen me, steeds harder, steeds luider: “Dit kun je heus wel alleen.” Hulp vragen is moeilijker dan hulp bieden.

Aan niemand verteld

Ik kon het ook alleen, ik reed naar de huisarts, vloekend bij elk drempeltje – als er iets mis is in je lijf, doen de simpelste dagelijkse dingen ineens opvallend veel pijn. De dokter drukte en klopte op mijn blote buik en ik gromde bij waar het een beetje pijn deed, en gilde bij waar ik ‘BLIJF VAN ME AF’ dacht.

Ik reed daarna in mijn Twingootje over maar liefst zeven klotedrempels naar de Spoedeisende Hulp. Meerdere keren was ik hier geweest met vriendinnen met blaasontsteking/nier-stenen/paniekaanvallen/gescheurde wenkbrauwen, en nee, ik voelde me dan never never nooit gestoord door dat ene telefoontje ‘kun je me naar het ziekenhuis brengen’, en toch, nu ik zelf in deze positie zat, bleef mijn telefoon diep in mijn tas.

Ik gebruikte hem alleen in de wachtkamer, tijdens aanvallen van hypochondrie, waarbij ik obsessief ‘wat zit er aan de linkerkant van je buik’ googelde, wat al snel verzandde in vragen als: ‘kun je leven zonder milt?’ en ‘ga je dood aan een gedraaide eierstok?’. Er kwamen onderzoeken, er werd bloed geprikt in een weigerende ader (BLIJF VAN ME AF), er werd weer op mijn buik geklopt, weer een grom, weer een gil (BLIJF NU MAAR ÉCHT VAN ME AF).

In het ziekenhuis

Ineens zat ik bij de gynaecoloog, naast een stoel die, ondanks de zorgzame setting waarin ik me bevond, toch aandeed als een middeleeuws martelwerktuig. Ik wist dat ik zo in die stoel moest en voelde mijn vagina ineenkrimpen. Ze maakte een statement dat ik volkomen begreep. “Nee,” fluisterde ik naar beneden: “Ik heb hier ook geen zin in, maar het moet.” Pijn doet rare dingen met je. De gynaecoloog zou ‘zo’ komen.

Ineens begreep ik waarom ze in het ziekenhuis nooit over minuutjes of ‘een kwartiertje’ spreken, want ‘zo’ is altijd langer dan je je voorstelt bij het woordje ‘zo’, maar je kunt niet boos worden dat het te lang duurt omdat je immers geen tijdsindicatie hebt gekregen. Voordat de verpleegkundige wegging en me alleen in het kamertje achterliet, zei ze: “Je kan beter niets eten of drinken, voor het geval we je moeten opereren.”

Lees ook
Lisanne: ‘Je weet het motto: als je niet voor jezelf kunt zorgen, kun je óók niet voor anderen zorgen, hè!’

Mijn hand zakte langzaam naar mijn telefoon. Nog 21 procent batterij. “Ja, hoi, met mij.” De Brabo zou komen, mijn tante videobelde, papa en zijn vriendin stonden stand-by, vriendinnen belden. Na het onderzoek stuurde ik updates. “Ik moet geopereerd worden aan mijn buik, niets ernstigs, wel pijnlijk dus spoed.”

Ik kreeg kusselfies, ik stuurde iedereen dezelfde selfie terug vanuit het ziekenhuisbed, ik zag eruit alsof ik drie dagen carnaval had gevierd en daarna nog de marathon van New York had gelopen – op stiletto’s. ‘Hoe laat is het bezoekuur?’ appte een vriendin. De ander: ‘Kan ik iets voor je doen?’ Mijn broertje: ‘Zal ik langskomen?’ En een vriendin: ‘Waarom moet jij toch altijd alles alleen doen?’

Als de pijn me niet zo had gevloerd, had ik ze uitgelegd dat ik niet heldhaftig ben, of eigenwijs, maar dat het door hen komt. Dat ik in mijn eentje lastige dingen durf aan te gaan omdat ik weet dat zij er altijd zijn. 

Journalist Lisanne van Sadelhoff (32) woont met haar hond Leo in Utrecht. Elke week schrijft zij in Flair over wat haar bezighoudt.

Fotografie: Bart Honingh

The post Lisanne: ‘Ik had het niemand gezegd, want ik wilde niemand ongerust maken’ appeared first on Flair – Voor jou, over jou.

BRON