Opperrabbijn wijzigt mening over de Joodse Raad na tv-serie: het is niet zwart-wit

Opperrabbijn Binyomin Jacobs, een van de belangrijkste Joodse religieuze leiders in Nederland, is van mening veranderd door de EO-tv-serie De Joodse Raad.

Jacobs vond altijd dat de Joodse Raad medeschuldig was aan het wegvoeren van ruim 100.000 Joden uit Nederland in de Tweede Wereldoorlog. “Zo ben ik opgevoed. Ik leerde: de Joodse Raad deugt niet. Al die mensen die vermoord zijn, dat komt door de Joodse Raad”, zegt hij bij AT5. “Nou, het is toch een beetje anders. Het is geen zwart-witverhaal. Het is het onmogelijk maken van beslissingen over onmogelijke zaken.”

In 1941 werd op last van de Duitse bezetter de Joodse Raad in het leven geroepen, een organisatie die de communicatie moest verzorgen tussen de Duitsers en de Joodse bevolking. In de praktijk bleek al snel dat de raad moest meewerken aan allerlei anti-Joodse maatregelen, zoals het opstellen van adreslijsten van mensen die weggevoerd moesten worden naar concentratiekampen. In de EO-tv-serie, die onlangs werd uitgezonden, zoemt regisseur Paula van der Oest in op de dilemma’s waarvoor de raad zich daarmee gesteld zag: wie zet je op die lijsten en wie niet? In hoeverre werk je mee aan wat de Duitse bezetter wil?

Helden

Opperrabbijn Jacobs zag de serie in een voorvertoning. Hij realiseerde zich dat mensen in een oorlogssituatie niet alleen dader maar ook slachtoffer kunnen zijn en stelde zijn oordeel over de leden van de Joodse Raad bij. “Ze hebben fout gehandeld. Maar niet fout in de betekenis dat het slechte mensen waren. Nee, ze zijn er verkeerd mee omgegaan. Als de oorlog binnen drie maanden was geëindigd, dan waren de leden van de Joodse Raad helden geweest die tienduizenden Joden hadden gered.”

Jacobs trekt de lijn door naar nu. Het aantal antisemitische incidenten neemt volgens hem “als een gek” toe, maar in plaats van dat burgemeesters hard optreden, kiezen zij ervoor om bepaalde evenementen af te gelasten. Zo worden op dit moment nauwelijks tot geen nieuwe struikelstenen meer neergelegd bij huizen van in de oorlog weggevoerde Joden – om te voorkomen dat er dan gedemonstreerd wordt. “Pappen en nathouden”, noemt de opperrabbijn het. Maar dat pappen en nathouden werkt niet, volgens hem. “Ik zeg niet dat de burgemeesters de Joodse Raad zijn, maar velen hebben wel dezelfde opstelling. ‘Laten we maar geen struikelsteen onthullen want…’.”

We kijken weg

“Het heeft niets te maken met wat zich afspeelt in Israël en Gaza”, vindt Jacobs. “We herdenken mensen die vermoord zijn. En om te voorkomen dat mensen gaan gillen en brullen en dingen aan elkaar gaan koppelen, wordt besloten om het dan maar even niet te doen. Dat is wat er nu gebeurt. We kijken weg, we laten ons chanteren.”

Scroll naar boven