Psycholoog Bram Vervliet over angst: ‘Soms moet je niet vluchten voor wat je bang maakt, maar er juist naartoe rennen’

In het Flow-minicollege bespreken we een onderwerp waarover te leren valt. Deze keer: psycholoog Bram Vervliet over angst en hoe we er allemaal mee worstelen.

“Uit onderzoek blijkt dat angst uit drie onderdelen bestaat. Het eerste is wat je in je lichaam voelt, de opbouw van spanning. Een bonzend hart, rillingen, klamme handen. Het tweede is wat je denkt op zo’n moment, het besef dat je in gevaar bent. Nummer drie is wat je met die gevoelens en gedachten doet: je vecht, vlucht of bevriest.

Pas als alle drie de onderdelen aanwezig zijn, spreek je van angst. Ga maar na. Als je in een achtbaan zit, gaat je hart misschien tekeer, maar je beseft dat het maar een attractie is. Rijd je met een auto het water in, dan gaan er echt andere dingen door je hoofd.

Er zijn verschillende vormen van angst. Zo is er de fobie, waarbij je bang bent voor spinnen of hoogte bijvoorbeeld. Of faalangst, die opduikt zodra je een prestatie moet leveren. En dan is er nog de alledaagse angst die zich uit in ­piekeren. Die vorm zullen veel mensen wel herkennen, helemaal in tijden van onzekerheid.”

Iedereen is weleens bang

“Angst is hartstikke normaal. Ik weet er alles over en ben soms nog steeds bang. Toen ik een jaar of 25 was en hard werkte om mijn doctoraat te halen, had ik paniekaanvallen waarbij ik overspoeld werd door lichamelijke sensaties. Ik was vooral bang dat ik doodging. En als ik met mijn jonge dochter door de drukke straten van Antwerpen fiets, houd ik mijn hart soms vast.

Kennis neemt je angst dus niet weg, maar geeft je wel handvatten om ermee om te gaan. Zo wist ik dat je je beter niet kunt verzetten tegen paniek­­aanvallen: wegdrukken maakt de angst alleen maar groter. Laat ze maar komen, dacht ik dan. Op dit moment ben ik veilig, al voelt dat even niet zo. Ik laat mijn dochter ook gewoon fietsen door de drukte. Niet omdat ik mijn angst niet serieus neem, maar omdat ik besef dat het leven anders wel heel beperkt wordt.

Ben je angstig, realiseer je dan dat je nu niet per se in gevaar bent, ook al zeggen je lijf en hoofd van wel. Zij spreken niet altijd de waarheid. Sterker nog: soms moet je niet vluchten voor wat je bang maakt, maar er juist naartoe rennen. Pas dan kun je het achter je laten. Met volle angst vooruit, zullen we maar zeggen. Klinkt tegenstrijdig, maar het werkt echt.”

Hulp vragen helpt

“Of je wel of niet moet luisteren naar je angst, is een kwestie van jezelf goed kennen. Uiteindelijk komt het neer op keuzes maken. Als je bang bent voor slangen, maar in een stad in Nederland woont, kun je besluiten om die angst te parkeren.

Anders wordt het als je rijangst hebt en je kinderen naar school wilt brengen. Angst is pas erg als het je leven in de weg staat. Soms heb je hulp nodig om het te overwinnen of ermee om te leren gaan. Iemand die al zijn hele leven worstelt, kan binnen een paar sessies met de juiste persoon al geholpen zijn.”

Mindfulness en meditatie kunnen helpen

“Als je ’s nachts wakker ligt en maar blijft malen, lijkt alles onoverkomelijk. Bij het opstaan de volgende ochtend denk je vaak: waar maakte ik me nou zo druk om? Dat piekeren doe je omdat je de controle niet wilt verliezen.

Denken is nuttig. Als mens kunnen we allerlei scenario’s de revue laten passeren om ons zo voor te bereiden op echte problemen. Maar als je in cirkels blijft ronddraaien zonder tot een oplossing te komen, wordt het hinderlijk. Dan blijf je surfen op dezelfde golf van onzekerheid, angst en wantrouwen.

Over­thinking maakt moe, geeft ­nauwelijks zekerheid en je kunt niet meer helder naar een probleem kijken. Vaak lukt het pas om uit die piekercirkel te stappen zodra je accepteert dat je ergens geen controle over hebt. Want je weet niet hoe de toekomst zal lopen en het helpt je niet om daar uren over na te denken.

Je kunt in plaats daarvan proberen de onzekerheid toe te laten. Stoppen met overanalyseren begint bij het herkennen van je eerste piekergedachte. Als je er ‘wat als’ voor kunt zetten, heb je er geheid een te pakken. ‘Had ik maar’ is er nog zo een.

Laat die gedachten er zijn, maar ga er niet op in en blijf in het nu. Meditatie kan je helpen en mindfulness ook. Was bijvoorbeeld wat dingen af met de hand en focus je daarop: ruik de geur van het afwasmiddel, voel het warme water, kijk hoe de borden schoon worden. In het nu is er geen ruimte voor dubben.”

Neem je angst serieus, maar niet letterlijk

“Als biologisch psycholoog keek ik lang door een wetenschappelijke bril naar angst. Pas toen ik er een boek over ging schrijven, kwam ik terecht bij de filosofie erachter. Het werk van de Deense filosoof Søren Kierkegaard leerde me bijvoorbeeld dat bang zijn niet alleen gelinkt is aan gevaar, maar ook aan vrijheid.

Als je een belangrijke keuze moet maken en angst voelt, kan dat je doen beseffen hoe vrij je bent. Je hele leven omgooien is ook eng. Volgens Kierkegaard hoort angst er dus een beetje bij. Het vertelt je ook iets moois: dat je vrij bent om te gaan en staan waar je wilt. En het laat je zien wat belangrijk is.

Als ik het eng vind om mijn dochter door druk verkeer te zien fietsen, zegt dat eigenlijk hoeveel ik om haar geef. En die paniek­aanvallen op mijn 25e gaven aan dat het behalen van mijn doctoraat belangrijk voor me was. Deze zin vat het goed samen: ‘Neem je angsten wel serieus, maar niet letterlijk.’ Druk ze dus niet weg en lach ze niet weg, maar laat ze ook niet je leven beheersen.”

Meer lezen

Deze denkpatronen voeden je angst en stress (en zo ga je daarmee om).
Zo krijg je een minder angstige blik op de wereld. 
Zo ga je volgens een psycholoog om met angst voor verandering. 

Tekst Bente van de Wouw  Fotografie Austin Neill/Unsplash.com

Scroll naar boven