Tatjana probeert rocycle: ‘You are your own worst enemy, breathe it all out’

Journalist Tatjana Almuli sport minstens drie keer per week, zowel fysiek als mentaal kan ze niet meer zonder. Voor Flow duikt ze in allerlei manieren om fit te blijven. Deze keer: rocycle.

Crossen op een fiets, binnen of buiten, is niets nieuws. In veel sportscholen worden spinninglessen gegeven, maar sinds een paar jaar hoor ik steeds meer over rocycle. Dat schijnt meer te zijn dan intervaltraining op een spinningfiets: het is een lifestyle.

Deze specifieke work-out heeft me tot dusver niet echt getrokken. Wanneer ik werd meegevraagd door fanatieke rocyclers, antwoordde ik grappend dat ik weinig interesse had om me te bekeren tot hun cultus. Want die indruk had ik van rocycle: een soort geheim genootschap waar je je in een door (nep)kaarslicht verlichte sport­studio in het zweet werkt op keiharde house- of technomuziek, terwijl een instructeur ‘motiverende’ leuzen door de ruimte roept.

Voor dag en dauw

Vriendin A. zit al sinds het begin van rocycle in 2016 meerdere keren per week op een fiets. Ze lacht om mijn scepsis. Vooruit, soms rolt ook zij met haar ogen om de veramerikaanste hyperigheid van de instructeurs, die dingen zeggen als: “This is your moment, time to grow into the best version of yourself,” en: “You are your own worst enemy, breathe it all out.”

Toch maakt de combinatie van een goed afgestelde high-intensity-interval­training op bijpassende muziek en een groep mensen die steeds terugkeert voor A. alles goed. Volgens haar kun je echt niet anders dan bewegen op de beat. Haar conditie is enorm verbeterd en ook voelt ze zich altijd levendig en opgeruimd na de training. Dat klinkt aanlokkelijk. Aangezien ik me dit jaar sportief verder wil ontwikkelen en uitdagen, kies ik er uiteindelijk toch voor rocycle uit te proberen.

Op een doordeweekse ochtend fiets ik voor dag en dauw naar de studio bij mij in de buurt. Ik ben een beetje gespannen, kom ik wel mee? Het is nog voor zevenen als ik binnenkom, maar de work-outruimte is al vol. Met moeite bemachtig ik een fiets achterin. Het befaamde klik­systeem voor je schoenen op de trappers heb ik niet meteen onder de knie, mijn vrienden hadden me daar al voor gewaarschuwd. Wat me opvalt: ik ben de enige dikke persoon in de ruimte en daar voel ik me oncomfortabel bij. Het is niet de eerste sportplek die niet bepaald inclusief is, helaas. Maar ik probeer mijn twijfels te negeren.

De rocycleles

Aan het begin van de les krijgen we een meditatie- en visualisatieoefening waarbij de instructeur vraagt onze ogen te sluiten, een paar keer diep in- en uit te ademen, ons in een happy place te wanen en al onze negatieve gedachten en gevoelens los te laten. Makkelijker gezegd dan gedaan, maar ik houd me vast aan de beloofde experience. Niet voor niets zijn zovelen fan, toch?

De les begint. Naast het fietsen in ­verschillende tempo’s en met hoge en lagere weerstand, staat er ook krachttraining voor het bovenlichaam op het menu. Er zijn zogenoemde windmills waarbij je over je stuur hangt, terug naar je startpositie gaat, je lichaam naar achteren beweegt en die drie standen in rap tempo keer op keer herhaalt. Er zijn push-ups tegen je stuur aan, verschillende oefeningen met dumbbells voor je armen, rug en schouders. We sprinten, klimmen en switchen continu tussen zittend en staand fietsen.

Behoefte aan stilte

Ik vind het moeilijk om alle onderdelen bij te benen. Het grootste deel van de training ben ik bang om van de fiets te vallen en het kost me veel moeite om mijn boven- en onderlichaam in hetzelfde ritme te bewegen. Ik schrik steeds als mijn schoenen weer eens losraken van de trappers en kijk de hele tijd om me heen wat de anderen doen. De motiverend bedoelde ­teksten van de docent leiden me af, zelfs de muziek – die voor mij altijd leidend is tijdens het sporten en er ook voor zorgt dat ik die extra mile pak – dringt niet tot me door. Sterker nog: het geluid werkt averechts, ik heb behoefte aan stilte, rust in mijn hoofd.

Op volle toeren

Ik ben afgepeigerd na drie kwartier rocycle en er is geen enkel teken van die fijne shots adrenaline en endorfine die ik had verwacht. Ik ben overprikkeld door de harde muziek, het geschreeuw van de instructeur en het hoge tempo waarin de oefeningen moesten worden uitgevoerd. Natuurlijk kun je ervoor kiezen om niet alles mee te doen of in een rustiger tempo te bewegen, maar bij gebrek aan een concreet alternatief valt de meerwaarde van deze training dan weg. Ik kan me voorstellen dat als je wél op volle toeren meekomt, het verslavend werkt om met zo’n groep gelijkgestemden in eenzelfde tempo te bewegen. Het is niet per se erg als je moet wennen aan een sport en er (nog) niet in uitblinkt, maar tijdens deze work-out waren er wel veel factoren die me in de weg zaten.

Volgens A. kost het zo’n vier lessen voordat je in de rocycle-high komt en je lichaam gewend is aan de choreografie. Wie weet. Voor nu stort ik me liever op bewegingsvormen waarbij ik me meer op mijn gemak voel en vol energie naar buiten loop. Niet voor iedereen dus, deze cultus. Gelukkig zijn er nog genoeg andere sporten te ontdekken.

Meer lezen

Tatjana probeert yin yoga: ‘Leuk is het niet, goed misschien wel’.
Tatjana probeert padellen met vrienden: “Je moet samenwerken om er wat van te maken”.
Tatjana probeert kickboksen: “De bokszak is mijn opponent én beste vriend”.

Tekst Tatjana Almuli  Illustratie Yanii Putrii  Fotografie Getty Images
Gepubliceerd op 8 april 2024

Scroll naar boven