Vergeten vrouwelijke kunstenaars: waarom bleven ze zo lang ongezien?

Vrouwelijke kunstenaars kregen lange tijd niet de aandacht die ze verdienden. Hoe kan het dat hun rol in de geschiedenis zo lang ongezien bleef − en hoe is dat nu?

De naam Judith Shakespeare doet, in tegenstelling tot broer William, waarschijnlijk geen belletje rinkelen. Judith was even begaafd als haar broer en had evenveel ondernemingslust. Alleen was er voor haar geen opleiding weggelegd en werd er verwacht dat ze huishoudelijk werk deed. Ze ontsnapte naar Londen om te gaan acteren, maar werd daarin nooit serieus genomen. Uiteindelijk maakte ze een eind aan haar leven nadat ze zwanger was geraakt van een theaterdirecteur. Judith Shakespeare’s leven wordt beschreven in A room of one’s own van Virginia Woolf. Maar… het is fantasie, de zus van William heeft nooit bestaan.

Eregalerij

De laatste tijd komen er steeds meer ‘Judiths’ bovendrijven. Bijvoorbeeld in het boek 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis van historicus Els Kloek, met biografieën van bekende Nederlandse vrouwen uit de laatste duizend jaar. Ook het kunstcollectief De Kunstmeisjes schijnt licht op de vergeten vrouwelijke kunstenaars, via een blog en boeken. Bij The School of Life kun je online college volgen over grote vrouwelijke makers, en het Rijksmuseum toont sinds twee jaar ook kunstwerken van vrouwen in de Eregalerij. Waar komen al die vrouwelijke makers plotseling vandaan? En waarom zijn ze eerder over het hoofd gezien?

Geen rol

Volgens historicus Els Kloek is het wel duidelijk waarom vrouwelijke makers en denkers al die tijd onder het tapijt zijn geveegd. “Eeuwenlang zijn mannen de dominante sekse geweest. Vrouwen kregen nauwelijks onderwijs en de deuren van het bestuur, de wetenschap, het leger, het bankwezen en de kerk bleven dicht voor hen. Daardoor wordt ook het beeld van het verleden gedomineerd door mannen. Lang leek het alsof vrouwen geen rol in de geschiedenis speelden, een enkele uitzondering daargelaten: denk aan Cleopatra.”

Over die afwezigheid van vrouwen in de boeken verbaasde Kloek zich als student geschiedenis, ze begon zich er steeds meer aan te ergeren. Het kon toch niet zo zijn dat vrouwen helemaal niets hadden gepresteerd, geen sporen hadden achtergelaten? “Ik was ervan overtuigd dat we een inhaalslag moesten maken. Vrouwen hebben dan misschien niet de loop van de geschiedenis bepaald zoals Napoleon, maar om dan maar helemaal geen aandacht aan hen te besteden? Ik ging op zoek naar vrouwen die ondanks alle beperkingen door de jaren heen toch een rol hadden gespeeld. Dat was bevrijdend: ik vond heel veel bijzondere vrouwen.”

Niet bij de naaktmodellen

Ook Mirjam Kooiman, van het kunstblog De Kunstmeisjes, ging op zoek naar vrouwen, maar dan in de kunst. Het leidde tot het boek Meer dan muze, over talloze vrouwelijke kunstenaars die de kunstwereld hebben opgeschud en verrijkt. Dat boek was broodnodig, zegt ze: “Werken van vrouwelijke kunstenaars zijn in de kunstgeschiedenis structureel weggezet als ondergeschikt aan vergelijkbaar werk van mannen. Het vrouw-zijn was voor kunstkenners soms al voldoende reden om een werk niet eens te bekijken. Het shockeerde me echt om dat keer op keer te lezen.”

De Kunstmeisjes beschreven in hun eerste boek favorieten uit de collecties van Nederlandse musea. Ze wilden dat de helft afkomstig was van vrouwelijke kunstenaars, maar dat bleek lastiger dan gedacht. Die geringe keuze komt volgens Kooiman onder meer doordat vrouwen niet dezelfde kansen kregen als mannen. “Tot 1871 mochten vrouwen niet aan de kunstacademie studeren. En toen dat eindelijk wel kon, mochten ze niet bij lessen met naaktmodellen aanwezig zijn. Dat leverde een achterstand op in figuurtekenen. Als je nooit de anatomie van mensen leert schilderen, leg je je eerder toe op bloemstillevens. Zo ontstond de ‘vrouwenkunst’: niet omdat vrouwen nou zo veel hielden van bloemen, maar omdat ze beperkt werden in hun ontwikkeling.”

Vrouwenkunst

Daar komt bij dat er van vrouwen vooral werd verwacht dat ze trouwden en zich op hun gezin richtten. Lang was een eigen carrière onacceptabel. Kunstkenners vroegen zich bij het werk van kunstenaar Charley Toorop dan ook af of ze wel een goede moeder was. “Terwijl de vraag of ze een goede vader waren, nooit werd gesteld bij mannelijke kunstenaars.”
Vrouwen die ‘tussen het huishouden door’ kunst maakten, hielden het vaak bij textielwerken of tekeningen, voor een groot olieverfschilderij was geen tijd. Kooiman: “Eigenlijk kon je je leven alleen volledig aan de kunst wijden als je ongehuwd bleef.” Een andere barrière voor vrouwelijke makers vanaf de middeleeuwen was dat hun werk door critici anders werd besproken dan dat van mannen. “Bij vrouwen ligt ook vaak meer de nadruk op hun biografie dan op het werk dat ze gemaakt hebben.”

Vrouwelijke Nederlandse kunstenaars

Toch waren ze er wel, vrouwelijke kunstenaars in Nederland die baanbrekend werk maakten en daar hun geld mee verdienden. Neem Judith Leyster, die in de zeventiende eeuw als enige vrouw lid was van het Haarlemse schildersgilde. Of Suze Robertson, een tijdgenoot van Vincent van Gogh en Isaac Israëls – te herkennen aan krachtige streken en uitgesproken kleuren, vertelt kunstprofessional Suzanne Veldink, die een boek aan Robertsons werk wijdde. “Zij schilderde onderwerpen die nogal atypisch waren voor een vrouw eind negentiende, begin twintigste eeuw. Geen bloemen, maar doorleefde gezichten van werkende vrouwen. Of gebouwen die afgebroken werden.” Mannelijke kunstcritici konden haar werk niet goed plaatsen. “In recensies werd gezegd dat ze ‘als een slager’ schilderde.” Het werk van Suze Robertson werd vervolgens ‘vergeten’, terwijl ze aan de wieg stond van de moderne kunst in Nederland. Dat verdient eerherstel, vindt Veldink. “Alleen door te erkennen dat je in het verleden niet goed bent omgegaan met vrouwelijke kunstenaars, kan er iets veranderen.”

Het stigma

Terug naar Judith Shakespeare, beschreven door Virginia Woolf. Want niet alleen in de kunst, maar ook in de literatuur werden vrouwen gestigmatiseerd en genegeerd, en kregen ze niet de lof die ze verdienden. Het beeld is vergelijkbaar, zegt literatuurwetenschapper Corina Koolen. De literaire canon bestaat vooral uit witte, mannelijke schrijvers, de grote literatuurprijzen gaan nog steeds overwegend naar mannen. En vrouwelijke auteurs worden minder vaak gerecenseerd. Komt dat omdat vrouwen ‘minder literair’ schrijven en voornamelijk ‘chicklits’ afleveren? Welnee, zegt Koolen, die vijf jaar onderzoek deed naar genderverschillen in de literatuur. “Er is wel een subtiel verschil in hoe mannen en vrouwen schrijven, maar dat staat los van de kwaliteit. Het probleem zit ’m in vooroordelen, die nergens op gebaseerd zijn.”

Nepboekenkaften

Koolen weet waar ze het over heeft. Voor haar onderzoek maakte ze twee nepboekenkaften, met de samenvatting van een verhaal en de biografie van de auteur. De een was man en de ander was vrouw. “Het bio-tekstje was identiek: de schrijver is een essayist, heeft al veel prijzen gewonnen en dit is een debuutroman. Wat bleek? Bij de man dachten de ondervraagden dat het een goed boek zou zijn, omdat hij al veel prijzen had gewonnen. Bij de vrouw dachten ze dat het minder literair zou zijn, omdat het haar eerste roman was! Ongelooflijk, toch?” Die onbewuste vooroordelen leiden ertoe dat mannelijke lezers nauwelijks romans van vrouwen lezen en dat vrouwen strenger zijn in hun beoordeling van vrouwelijke auteurs: vrouwen internaliseren de vooroordelen zelf namelijk ook.

Koolens werk leidde in coronatijd tot de oprichting van het literaire collectief Fixdit. Deze groep, die uit Nederlandse en Vlaamse vrouwelijke auteurs bestaat, wil het bewustzijn van genderongelijkheid in de letteren vergroten. Dat doen ze in podcasts en lezingen, en door het opnieuw uitbrengen van achttien literaire werken van ‘verdwenen schrijfsters’ uit de twintigste eeuw. Op die manier willen ze alsnog vrouwen toevoegen aan de literaire canon. “We waren het honderden jaren gewend om voornamelijk boeken van mannen te lezen,” vertelt de Belgische schrijver Annelies Verbeke. “Zelf dacht ik dat ik wel ongeveer evenveel mannelijke als vrouwelijke auteurs las. Maar toen ik ging turven, bleek dat maar dertig procent van mijn gelezen boeken door vrouwen geschreven was. Ook ik had dus een blinde vlek. Dat inzicht is de eerste stap, wil je dingen wezenlijk veranderen.”

Achterkant van de geschiedenis

Met ‘de canon veranderen’ bedoelen de vrouwen van Fixdit niet dat de mannelijke makers eruit worden gekieperd. Het gaat hun erom de canon te verbreden, te verrijken en aan te vullen. Omdat het een eerlijker en completer verhaal oplevert. “Ik noem het de achterkant van de geschiedenis,” zegt Els Kloek. “Als je het vizier richt op vrouwen is het alsof je hun carrière alsnog tot leven wekt.” En door meer verhalen te kennen over vrouwelijke makers van toen, voelen de vrouwelijke makers van nu zich beter gerepresenteerd: en dat is een broodnodige steun in de rug.

“Willen we de emancipatie brengen tot een punt van gelijkheid, dan moeten we de geschiedenis wel rechttrekken,” zegt Mirjam Kooiman van De Kunstmeisjes. Het is dus ook een manier om het heden te veranderen – dat blijft nodig. Ook al is er sinds de eeuwwisseling, onder invloed van onder andere #metoo, meer aandacht voor ‘vergeten’ vrouwelijke makers: in galeries en musea blijven vrouwen achterlopen. Zo komt maar twee procent van de hele veilingomzet van kunst die door vrouwen is gemaakt, en bijna de helft van die omzet komt van slechts vijf vrouwen. De reden? Verzamelaars, op dit moment de belangrijkste spelers in een sterk vercommercialiseerde kunstmarkt, zijn in grote meerderheid mannen. Die geloven, al dan niet bewust, nog steeds in het ‘mannelijke genie’ en kopen en schenken vaak vooral werk van andere mannen, schreef Het Parool vorig jaar.

In Nederlandse museumcollecties is de situatie al niet veel beter: op dit moment is daar maar dertien à veertien procent kunst van vrouwen te vinden, veelal in depots. Het percentage van kunst van vrouwen dat in musea te zien is, stijgt wel, maar vooral onder de noemer ‘tentoonstelling van vrouwelijke kunstenaars’. Dat liet Beatrice von Bormann, directeur van Museum de Fundatie, recent nog weten aan tijdschrift Margriet. Kunst van vrouwen wordt dus toch nog steeds als uitzondering gezien. “Bij mannelijke kunstenaars zou dat nooit gebeuren,” reageert Suzanne Veldink. We moeten ernaartoe dat ook kunst van vrouwen als vanzelfsprekend wordt gezien in plaats van als een unicum. Dus inbedden, inbedden, inbedden.”

Koffiedrinken?

De achtergestelde positie van vrouwelijke makers uit zich ook op het salarisstrookje. In de hele maatschappij is sprake van inkomensongelijkheid tussen mannen en vrouwen, maar in de kunstsector is het verschil enorm. Volgens een rapport van WOMEN Inc. en ABN AMRO verdienen mannelijke kunstenaars jaarlijks namelijk vijftig procent meer dan vrouwelijke. De toekomst moet anders – al is het alleen al omdat op dit moment zeventig procent van de studenten aan de kunstacademie vrouw is. “Het zou gek zijn als je dat niet terugziet in tentoonstellingen en collecties van musea,” zegt Mirjam Kooiman, die naast Kunstmeisje curator is bij fotografiemuseum FOAM. Ze stelde zichzelf de vraag waarom er in ‘haar’ museum ook vooral mannen worden tentoongesteld, terwijl haar curatorcollega’s met name vrouw zijn. “Mijn conclusie was dat mannelijke kunstenaars eerder contact durven opnemen dan vrouwen.

Ze sturen updates over hun werk, vragen of ik koffie met ze wil drinken. Vrouwen doen dat minder. Onbewust ben ik dus beter op de hoogte van de kunst van mannelijke makers.” Ze hoopt dat, wellicht aangemoedigd door maaksters uit het verleden, vrouwen nu meer voor hun werk gaan staan. Ze heeft zich voorgenomen om vaker op ze af te stappen en hoopt dat andere curatoren dit ook doen.

Vrouwenquotum

Langzaam lijkt die kentering gelukkig gaande. Zo zijn het Van Abbemuseum in Eindhoven en het Fries Museum begonnen met het hanteren van een vrouwenquotum van vijftig procent bij het inkopen van nieuwe kunst. En de Libris Literatuur Prijs ging in 2021 (Mariken Heitman) en 2022 (Anjet Daanje) naar een vrouw. Daarmee staat de stand bij Libris op 5 keer een vrouw sinds de oprichting in 1994 (de anderen waren Frida Vogels, D. Hooijer en Connie Palmen) tegen 25 keer een man. De aandacht voor vrouwen van vroeger en van nu blijft van belang, vindt kunstprofessional Suzanne Veldink. “Anders moet iemand over dertig jaar weer onderzoek doen naar de onbekende kunstenaar Suze Robertson. Stel je voor. De aandacht voor vrouwen is meer dan een trend, vrouwelijke makers horen voorgoed thuis in de geschiedenisboeken.”

Meer lezen

Goed nieuws: het vrouwenquotum werpt haar vruchten af, zegt onderzoek.
Sterke vrouwen: Irene over het nieuwe feminisme.
Nederland loopt in: zo staat het ervoor met de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen.

Tekst Grete Simkute  Fotografie Getty Images
Gepubliceerd op 11 april 2024

Scroll naar boven