Waarom je nu al (vroeg bloeiende) voorjaarsbollen kunt planten

Petra Kroon is senior vormgever van Flow. Niet alleen op haar werk, maar ook thuis maakt en ziet ze graag mooie dingen. Dit jaar wil ze het stuk grond om haar huis eens goed onder handen nemen. Hoe pak je dat aan? Deze keer: bollen geven al vroeg in het jaar kleur aan je tuin.

Een van mijn wensen was veel bloemen in mijn tuin, waardoor er het hele jaar door iets te zien is. Nu ik mijn tuinplannen meer en meer realiseer, wordt het tijd voor deze stap. De herfst is het best om vroeg bloeiende voorjaarsbollen in de grond te plaatsen. Liefst tussen september en december, zodat je er al snel profijt van hebt. Zelf word ik altijd zo blij van de eerste sneeuwklokjes in januari. Het voelt altijd weer als een nieuw begin van het jaar en het komende tuinseizoen.

Dit jaar hebben we veel stukken tuin aangelegd waar ik nog geen bollen heb geplant. Als je slim bent, bestel je ze al in mei, dan heb je de eerste keus. Vervolgens komen ze in oktober binnen en moeten ze voor eind december de grond in, liefst voordat het gaat vriezen.

Wilde tulpen

Dit jaar was ik er al vroeg bij met de tulpen. Om daarna te leren dat tulpen geen verwilderingsbollen zijn en dat je ze na het bloeien uit de grond moet halen omdat je anders schimmels en ziektes als tulpenvuur kunt krijgen. Slecht voor de bollen en voor de vruchtbaarheid van je grond. Eigenlijk ben ik meer fan van verwilderingsbollen die je gewoon kunt laten zitten zodat ze zichzelf vermeerderen. Wil je tulpen die je kunt laten zitten, kies dan voor de botanische, wilde tulpen. Die zijn wel een stuk kleiner en ze zijn er in minder verschillende kleuren, maar dat vind ik niet zo’n ramp.

Deze heb ik onder meer gekozen:

Sneeuwklokjes

Blauwe bosanemoon

Kievitsbloem (Fritillaria meleagris)

Camassia leichtlinii caerulea

Wilde hyacint (Scilla Siberica en Hispanica)

Allium Purple Sensation en Allium Pink Jewel

Bollenlasagne

Verder heb ik begin dit jaar al zevenhonderd mininarcissen geplant. Ik ben er dus vanzelf handig in geworden, maar het blijft een behoorlijke klus om ze allemaal de grond in te krijgen. Als je bollen plant die niet tegelijkertijd, maar na elkaar bloeien, kun je een soort bollenlasagne maken. Je plant dan in één gat verschillende bollen boven elkaar. Onderop de bol die het laatste, en bovenop de bol die als eerste bloeit. Plant er niet meer dan drie boven elkaar, want dan belandt de onderste te diep in de grond. Als hulpmiddel heb ik een grondboor besteld die je op je accuboormachine kunt plaatsen. Zo draai je heel makkelijk een gat in de aarde, al gaat het natuurlijk ook prima met een bollenplanter.

Bijen en vlinders zijn ook dol op de meeste bloemen die voortkomen uit de bollen, vooral als ze veel nectar bevatten, zoals het blauwe druifje, sneeuwklokje, de anemoon, tulp, krokus, hyacint en sierui (Allium). Kies bij voorkeur biologische bloembollen. Bij de tuincentra is het lastig zoeken, dus kijk eens online, via Studio May and June, Fam Flower Farm, Bloemoloog of Natural Bulbs.

Naast de voorjaarsbloeiers zijn er de zomerbloeiers. Dat zijn vaak knollen, zoals dahlia’s, anemonen, lelies en ranonkels. Plant ze het liefst in de lente, na de laatste vorst (maart, april, mei), want vaak zijn ze wat minder vorstbestendig. Na de bloei kun je ze uit de grond halen, om ze binnen te laten overwinteren.

Iets later mag ook

Zelf wacht ik nog op het juiste moment om mijn bollen te gaan planten, want voor mijn gevoel regent het al sinds september en dan is het niet al te aantrekkelijk om op je knieën in de natte aarde te wroeten. Maar ik heb in de praktijk geleerd dat het niet erg is als je ze iets later plant dan volgens het boekje. Dat ze dan wat later bloeien, neem ik op de koop toe.

Meer lezen

Hier vind je de andere columns van Petra over haar tuin.
Langzaamaan in de tuin: wat is slow gardering?
Een nieuwe (volks)tuin aanleggen, hoe begin je?

Tekst, fotografie en plattegrond Petra Kroon
Gepubliceerd op 4 december 2023

Scroll naar boven